Artikel: Startgesprekken voeren


Klik hier voor het volledige artikel: https://www.jsw.nl/professionalisering/startgesprekken-voeren/


Steeds meer scholen beginnen het nieuwe schooljaar met startgesprekken met ouders. Ook wel ‘kennismakingsgesprek’ of ‘omgekeerde tienminutengesprek’ genoemd. De bedoeling is in het begin van het schooljaar ouders over hun kind te laten vertellen, heldere afspraken met ouders te maken en uit te spreken wat de school en ouders van elkaar verwachten. Maar hoe geef je als leerkracht zo’n gesprek vorm? Welke vragen stel je en is het kind daar wel of niet bij aanwezig? Ontdek concrete handreikingen om meteen toe te passen in de praktijk.

Het startgesprek is bedoeld om een goede start met elke ouder te maken. Samenwerken aan de ontwikkeling van een kind vraagt om een stevige vertrouwensrelatie tussen de leerkracht en de ouder en dus om een individuele start met elke ouder. Individueel contact met elke ouder zorgt namelijk beter voor het opbouwen van deze vertrouwensrelatie (Lusse, 2013). Daarom is een goede start met elke ouder beter dan een collectief beginmoment, zoals een informatieavond. Mensen zijn te motiveren door een beroep te doen op relatie, competentie en autonomie. Dat geldt niet alleen voor kinderen, maar ook voor volwassenen (Deci & Ryan, 2000). Om ouders in hun kracht te zetten, is het ook nodig bij hen te sturen op een goede relatie, en op hun gevoel van competentie en autonomie (De Vries, 2015). Waar het contact en samenwerking met ouders fout lijkt te gaan, zou het weleens kunnen zijn dat er onvoldoende beroep wordt gedaan op de relatie met en competentie en autonomie van ouders. In het startgesprek wordt gewerkt aan een goede relatie vanaf de start.

Gelijkwaardigheid

In Ouderbetrokkenheid 3.0 worden drie kernwaarden gebruikt als essentiële pijlers van een goede samenwerking tussen school en ouders (De Vries, 2017):
1. Gelijkwaardigheid
2. Samen verantwoordelijk
3. Verantwoordelijk voor elkaar

Gelijkwaardigheid en een gezamenlijke verantwoordelijkheid gaat ook over de vormgeving van het gesprek. Niet de school bepaalt hoe het gesprek eruitziet, maar de leerkracht en de ouder zijn hiervoor sámen verantwoordelijk. De inhoud wordt afgestemd op de individuele behoefte van het kind en kan er in elke situatie anders uitzien. Een term als een ‘omgekeerd tienminutengesprek’ is daarom niet op z’n plaats, want de school heeft dan bepaald dat de ouder vooral moet vertellen. Ook de autonomie van ouders wordt hier gezocht: wat vinden zij belangrijk hoe het gesprek eruitziet?