Originele blog: https://meesterlezer.wordpress.com/2019/03/15/terug-naar-de-basis/

Veel Nederlandse leraren zijn enthousiast over verdiepend lezen of close reading. Dat is mooi. Deze aanpak biedt de leraar een methodiek waarbij de tekst centraal staat. We hebben ons in het basisonderwijs verloren in het idee dat je leerlingen leesstrategieën moet aanleren. Langzaamaan keren we terug naar waar het bij lezen om gaat: de inhoud van de tekst.

Als het om verdiepend lezen/close reading (VL/CR) gaat, dan zijn er wat mij betreft twee zaken die je als leraar in het oog moet houden. Allereerst moet je ervoor zorgen dat het geen activiteit wordt die er bij komt. Ik ken scholen waar naast Nieuwsbegrip of een methode voor begrijpend lezen ook gewerkt wordt met VL/CR. Dit lijkt mij een extra belasting, die ook nog eens voor minder eensluidendheid in je didactische aanpak zorgt. Ten tweede is de methodiek van VL/CR een middel en geen doel. Het is zaak om de methodiek in te oefenen, zodat je deze vaak kunt inzetten, zonder dat het je teveel voorbereidingstijd kost. Ik denk namelijk dat VL/CR een eenvoudige methodiek is die de kennis van leerlingen over de onderwerpen waarover wordt gelezen, over teksten in het algemeen en het perspectief van de schrijver in het bijzonder, om maar enkele zaken te noemen, sterk kan verbeteren. Ik zal dat in dit blog toelichten.

We doen het al jaren

Ik werk op een school waar leraren veel lezen. Dat is fijn. We praten regelmatig met elkaar over de boeken die we van en aan elkaar lenen. We hebben favorieten, er zijn boeken die ernstig teleurstellen en er zijn schrijvers die ons fascineren. In de gesprekken over deze boeken doen we iets wat we leerlingen willen leren, namelijk praten over die boeken. Wat vinden we goed aan een boek? Wat fascineert ons aan een passage of hoofdstuk? Er zijn passages die we hebben herlezen of in gedachten hebben onderstreept, daarover willen we het met elkaar hebben. Het boek dat we hebben gelezen bindt ons samen. Het is niet iets wat we passief tot ons nemen, maar ons dichter bij elkaar brengt.

Dit was ik ook gewend toen we op de middelbare school in de klas teksten lazen en met elkaar bespraken. Ik weet nog wat een fascinerend gesprek we in de tweede klas hadden toen we klassikaal het korte verhaal De binocle van Louis Couperus lazen.

De leraren die ons artikelen uit kranten lieten lezen bespraken met ons over het perspectief van de schrijver. Leraren geschiedenis hebben waarschijnlijk in hun opleiding het boek De constructie van het verledenvan Chris Lorenz gelezen. Zij weten, onder meer uit de passages over de Franse revolutie, dat het perspectief van de ooggetuige mede bepaalt wat zij ziet of noteert. Elke ontwikkeling, of dit nu in de politiek, de cultuur of de wetenschap is, kan vanuit diverse perspectieven worden bekeken en beschreven. Wie weinig geeft om het behoud van regenwouden zal een andere tekst schrijven dan de schrijver die natuurbehoud zeer wezenlijk vindt.

Die perspectieven hebben schrijvers van romans en verhalen ook. De jeugd van David Vann is van invloed op zijn onderwerpkeuze en de uitwerking van de boeken die hij schrijft. De 11-jarige jongen die in Goat Mountain zo triggerhappy is dat hij een stroper doodschiet alsof het een hert is, weerspiegelt de drang die Vann voelde toen hij in zijn puberteit met zijn geweer op straatlampen schoot. Als buurtgenoten geschrokken voor het raam kwamen staan, richtte hij zijn vizier op hen. Hij schoot echter niet.

Wie de boeken van Gerard Reve of Willem Jan Otten wil begrijpen, is geholpen met de kennis dat beiden op latere leeftijd het katholieke geloof hebben omarmd. Net als de grote Franse schrijver J.-K. Huysmans overigens.

Ik schreef eerder over de lerares Engels van St. Thomas the Apostle, die met haar leerlingen MacBeth besprak. Ze benadrukte de kennis die de toeschouwers hadden en bijbelse verwijzingen zonder enig probleem herkenden en konden plaatsen. Ik merkte deze week bij het lezen in groep 6 van het gedicht de bongo van Bibi Dumon Tak hoe belangrijk die voorkennis is voor het begrip. Ze beschrijft hoe dit evenhoevige dier ’s avonds het tropisch regenwoud verlaat om op de savanne te grazen, waardoor het stoffen binnenkrijgt die voor de camouflagestrepen op de flanken van belang zijn. Zonder die stoffen zal het dier dof worden ‘en verdwijnt de glans onder het stof.’ Hier kon ik mijn leerlingen helpen door de relatie met het bijbelboek Genesis (3:19) te maken: “in het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de aardbodem wederkeert, omdat gij daaruit genomen zijt; want stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren.”

Wederkeer

038865Met VL/CR keren we terug naar wat de kern van lezen is. In Een geschiedenis van het lezen beschrijft Alberto Manguel hoe monniken bijeen zaten en zich over oude teksten bogen. Er wordt door hen gelezen, maar dit lezen is niet het lezen dat sinds Ambrosius opgeld doet in onze samenleving. Een van de monniken las de tekst hardop voor en werd onderbroken door de anderen om over die tekst vragen te stellen of om erover te discussiëren.

In een van de verhalen van de Britse cultuurfilosoof George Steiner vertelt hij hoe rabbi’s op weg naar de gaskamers met elkaar blijven discussiëren over een passage uit de thora. Tot op het allerlaatste moment in hun leven staat de tekst, de betekenis van de tekst en de mogelijke interpretaties ervan centraal.

En denk eens aan de memorabele passage uit het boek De sprekende slang van Nico Dros. Het Texelse dorp Oosterend raakt in 1926 ernstig verdeeld over de vraag hoe de passage in Genesis 3 over de sprekende slang moet worden begrepen, letterlijk dan wel allegorisch. Twee broers die het onderling oneens zijn gaan met de bijbel voor zich tegenover elkaar aan tafel zitten en slaan elkaar om de oren met passages en citaten om de ander te overtuigen van diens ongelijk.

Dit zijn drie voorbeelden van waar teksten mede toe dienen, namelijk om erover te praten, te discussiëren, deze te herlezen, deze tegen het licht te houden, etc. Als een leraar dit in de klas terugbrengt doet zij wat al eeuwen bij ons hoort. Natuurlijk zetten wij als lezers strategieën in. Maar die strategieën zijn hoogstens een middel. Leerlingen hebben er meer aan als ze met elkaar teksten lezen, de bespreken, becommentariëren en eventueel verwerpen. VL/CR zijn geen nieuwe methodieken, het zijn aan het stof van de vergetelheid onttrokken opvattingen over wat een tekst vermag.

Eenvoud

Over teksten praten is een vaardigheid die we eigenlijk allemaal wel bezitten. Als de leraar een goede tekst heeft gevonden, dan is het spel zo op de wagen. En leraren vinden goede teksten door het te doen. Als een leraar veel leest dan is het selectieproces van een goede tekst wellicht eenvoudiger, maar ook een minder belezen leraar zal snel goede teksten weten te vinden.

En vergeet niet dat VL/CR een methodiek is. Het is geen keurslijf. Omdat de tekst centraal staat, moet deze niet worden gesmoord door een strakke lesopbouw of een verwerkingsdoel dat wellicht leuk is maar weinig effectief is. Een beetje leraar laat de leerlingen na het lezen van teksten schrijven. Steiner zei al dat het maken van aantekeningen in de marge van de tekst een vorm van conversatie met de schrijver is. Je schrijft terug, zo zei hij.

Het gaat wat mij betreft bij VL/CR om de eenvoud. Zoals mijn collega Heleen Buhrs scherp opmerkte: Eigenlijk moet je een les CR in vijf minuten kunnen voorbereiden. Als je een ervaren lezer bent, kun je met een tekst al snel de diepte in met leerlingen. Probeer het maar eens.

%s